Honden worden aangetrokken door de lucht van hun ontlasting en zullen af en toe de ontlasting opeten. Het eten van ontlasting van de pups door de teef is als normaal gedrag te beschouwen, maar bij sommige honden ontwikkelt zich dit tot een nare gewoonte. Als deze nare gewoonte eenmaal is ontstaan wordt het moeilijk om dit gedrag af te leren. Het eten van uitwerpselen is vooral voor de eigenaar een onaangename en ongewenste vorm van gedrag, voor de (meeste) honden kan het geen kwaad. Toch is voorzichtigheid geboden. Denk aan ziekten die kunnen worden overgedragen door ontlasting van zieke of niet ingeënte honden. Zo kan het eten van ontlasting van andere honden een besmetting met wormen tot gevolg hebben.
Ook het eten van paardenvijgen is niet zonder gevaar. De ontlasting van een paard dat pas is ontwormd bevat vaak een zeer hoge concentratie ontwormmiddel (Ivermectine) die giftig is voor de hond.
Wanneer er een compleet voeder gegeven wordt ligt het eten van ontlasting niet voor de hand. Het blijkt vaak mis te gaan wanneer de eigenaar allerlei goedbedoelde extra supplementen aan de voeding toevoegt. De voeding raakt uit balans en wellicht probeert de hond dit te compenseren door het eten van ontlasting. Het aanwijzen van de exacte oorzaak van het eten van ontlasting is moeilijk. Het kan lichamelijk zijn, maar er kan ook sprake zijn van conditionering. Lichamelijke oorzaken zijn veelal een gebrek of te veel aan bepaalde stoffen. Ook een stoornis in een van de spijsverteringsorganen kan de oorzaak zijn. Bij conditionering kunnen vraatzucht, imitatiegedrag maar ook (onbewuste) beloning door de baas de oorzaak zijn.
Lichamelijke oorzaken
Coprofagie kan ontstaan als een voeder zeer koolhydraatrijk is, minder smaak heeft, of als de hond een relatief vitamine B1 tekort heeft. Maar het kan ook zijn dat de spijsvertering van de hond niet goed werkt. Of dat de hond door te veel voer of allerlei toevoegingen aan zijn voer juist overvoed is.
Een eerste stap is om met de analyse van uw voeder (inclusief alle supplementen) naar de dierenarts te gaan. Hij kan zien of het inderdaad om een koolhydraatrijke voeding gaat. Het kan ook zinvol zijn om de verteringscapaciteit te laten onderzoeken middels functietesten (TLI, B12-test en foliumzuur) om het probleem nader te definiëren. Daarnaast kan de dierenarts constateren of het om bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B1 gaat.
- Vooral een overmaat aan granen en plantaardige vezels kunnen aanleiding geven tot een slechte vertering. Honden kunnen de koolhydraten (cellulose) waaruit deze voeding is opgebouwd niet verteren.
- Als de verteringsproblemen berusten op problemen met de eiwitvertering dan is een hoog vet en eiwitrijk dieet geen goed advies, de verteringsproblemen moeten dan eerst opgelost worden.
- Als de koolhydraatvertering slecht is kan door het toedienen van pancreasenzymen of uitsluitend amylase de koolhydraatvertering worden gestimuleerd. Een tekort aan verteringsenzymen in de spijsverteringsorganen van de hond kan aanleiding geven tot de overmatige ontwikkeling van bacteriën in de dikke darm. Onverteerd eiwit of zetmeel kan dan worden uitgescheiden wat aantrekkelijk ruikt voor de honden.
- Kies een hoog verteerbaar voer en voorkom overvoeding, te grote maaltijden ineens verstoren de vertering en veroorzaken bacteriegroei in de dikke darm, vooral pups zijn gevoelig. U kunt beter 2 of 3 kleine maaltijden dan 1 grote geven.
- Aarzel niet om een hoog energetisch voer te geven als het gedrag blijft bestaan. Verminder de hoeveelheid voer t.o.v. de geadviseerde hoeveelheid als de hond niet actief is.
- Wanneer het gaat om honden met een tekort aan Vitamine B1 kan (bier)gist gegeven worden. Een neveneffect van biergist lijkt te zijn dat de gist de geur van de uitwerpselen verandert en de hond of andere honden deze niet meer willen eten.
Bij navraag bij verschillende fokkers blijkt dat er in de praktijk verschillende middelen zijn om coprofagie te bestrijden. De middelen variëren van eetgewoonten tot het toevoegen van stoffen aan de voeding van de hond. Gebruik de methoden niet tegelijkertijd. U weet dan niet wat heeft geholpen. Het kost tijd maar het is beter om de methoden na elkaar uit te proberen.
- De basis ligt in een goede complete voeding. Deze zorgt ervoor dat uw hond niets te kort komt. Tegenwoordig zijn er voeders op de markt die precies zijn afgestemd op de behoeften van uw (ren)hond.
- Van nature eten honden meermalen per dag. Op die manier wordt de voeding ook beter verteerd. De hond meerdere malen per dag voeren. Desnoods 4 keer, al naar gelang de behoeften van de hond.
- Het tijdstip van voeren kan wellicht verschil maken. Een hond die met enorme honger gaat wandelen zal sneller geneigd zijn om onderweg voedsel te zoeken, dat kunnen natuurlijk ook uitwerpselen zijn. Wanneer de hond redelijk verzadigd is kan honger geen motivatie meer zijn om ontlasting te eten. Een oplossing is om de hond een half uur voor de wandeling te voeren en tijdens de wandeling de hond te belonen met voer. Geef echter een kleine hoeveelheid; het gevaar van maagtorsie ligt altijd op de loer!
- Door het voeren van vuile pens krijgt de hond de juiste bacterieflora binnen en kan hij gebruik maken het voorverteerde voedsel. De celwanden (cellulose) van plantaardige cellen zijn al kapot waardoor hij de voedselrijke inhoud kan benutten.
- Geef de hond één keer per week een echte eierkoek. Eierkoeken worden gemaakt met ammoniak, het kan zijn dat de hond deze stof mist. Na een maand zou het moeten werken.
- Geef de hond een week lang elke dag een schijf ananas (vers of uit blik), vervolgens twee weken niet en vervolgens weer een week ananas. In ananas zitten de vitaminen A, B1,C en Bromeline. Bromeline is een eiwitleverend enzym dat ook in geneesmiddelen voor spijsverteringsstoornissen wordt gebruikt.
- De homeopathie geeft verschillende middelen aan die zouden kunnen helpen. Lycopodium D30 is een optie. Het duurt alleen 6 tot 8 weken voordat het gaat werken. Donno lijkt hier tot nog toe baat bij te hebben. Verder zou u Veratrum Album D30 kunnen toepassen bij het eten van de eigen ontlasting. Carbo vegetabilis D6 is geschikt bij het eten van de ontlasting van andere honden.
Conditionering
Coprofagie is één van de lastiger probleemgedragingen om te herconditioneren. Simpelweg omdat dit onfrisse gedrag zichzelf steeds beloont. Hetzij doordat het toch een weer een keer lukt om de uitwerpselen te eten hetzij doordat u en anders wel een omstander verkeerd op dit gedrag reageert. De kans dat de hond in de oude gewoonte terugvalt is zeker aanwezig. Een lange adem en veel geduld is noodzakelijk.
Het eten van ontlasting kan onbedoeld worden gestimuleerd door een verkeerd afstraffen van de hond. De eigenaar besteedt volop aandacht aan het (ongewenste) gedrag, maar op een manier die voor de hond als positieve bevestiging werkt en daarmee het gedrag slechts versterkt. Ondanks al uw correcties lijkt de zaak alleen maar te verergeren. Het kan zijn dat uw hond dit gedrag gebruikt om aandacht te krijgen. Misschien heeft u, onbewust, een reactie gegeven op uw poep-etende hond, die hij als positief ervaarde. Uw reactie, al dan niet positief, leert de hond dat hij/ zij invloed op uw gedrag kan hebben.
Jong geleerd...
Jonge honden zijn als het ware op “ontdekkingsreis”: het eten van poep maakt onderdeel uit van hun experimenten. Waar een jong kind alles betast met de vingertjes, zal uw hond zijn bek gebruiken. Over het algemeen leert de jonge hond snel dat er aan andere dingen meer lol te beleven is en laat spoedig de ontlasting van hemzelf of van soortgenoten voor wat het is. Dit is vaak een kwestie van tijd. Zeker wanneer de eigenaar zelf totaal geen aandacht besteedt aan dit soort gedragingen gaat de lol er snel van af. Wanneer de eigenaar van de jonge hond alternatieven biedt in de vorm van spel of beloning (voor het uitvoeren van een opdrachtje) is de aandacht snel verlegd. Afleiding kan helpen! De kans op ontwikkeling van coprofagie is het grootst wanneer pups opgroeien in een prikkelarme omgeving; denk aan vele lange dagen in een kennel. U kunt u zich voorstellen dat de verveling toeslaat bij de levenslustige nieuwsgierige types. Het eten van elkaars ontlasting kán dan een welkome afwisseling zijn. Om te beginnen is het belangrijk om de kennel goed schoon houden. De pup krijgt geen kans meer in het gedrag te vervallen omdat er simpelweg geen ontlasting aanwezig is. Daarnaast moeten ook jonge honden in de kennel een goede zindelijkheidstraining krijgen, net als wanneer de hond in huis gehouden wordt. Ruim “ongelukjes” op zonder de hond daar later voor te straffen.
Pups die in de kennel gehouden worden moeten voldoende positieve prikkels krijgen en voldoende uitgelaten worden. Het in aanraking laten komen met nieuwe prikkels ( spelen, uitlaten) vraagt veel energie. Uiteindelijk is het dan in de kennel “goed uitrusten” en is poep eten wel het laatste wat in de pup opkomt.
Indien een (oudere) hond zijn eigen ontlasting of die van een andere hond uit de kennel op eet kan het toevoegen van het medicijn Deter een oplossing zijn. De ontlasting zal zeer vies gaan smaken. Op die manier wordt het voor een hond zeer onaantrekkelijk zich in ieder geval aan eigen ontlasting te vergrijpen. Hierdoor mag men verwachten dat de negatieve prikkel die het eten van eigen ontlasting geeft, doorwerkt in het eten van ontlasting van andere dieren. Naast dit effect zitten er in Deter bepaalde plantaardige stoffen die een eventueel tekort aan nutriënten in de voeding opheffen. Om die reden zou een hond ook minder behoeften krijgen ontlasting te eten. Deter moet in een juiste dosering minimaal veertien dagen gegeven worden voordat men over het effect ervan kan spreken. Deter is alleen bij uw dierenarts verkrijgbaar, het beste effect mag worden verwacht wanneer het middel gegeven wordt in combinatie met gedegen (her) conditionering.
Kennelhonden die poep eten moeten in de kennel in ieder geval apart gezet worden zodat andere honden het gedrag niet kopiëren.
Er zijn verschillende manieren om een hond te herconditioneren. U kunt ze natuurlijk allemaal proberen. Ze kunnen elkaar ook versterken. Vooral bij Italiaantjes en Whippets is het belangrijk om de juiste intensiteit van de conditionering op te zoeken. Dit is voor elke hond anders. Een te intensieve conditionering kan uitmonden in een zenuwachtige hond die u niet meer vertrouwt.
- Aandacht verleggen
Op het moment dat u uw hond zich ziet storten op een “hoop” zorgt u ervoor dat u ineens ontzettend interessant bent. U slaakt een vrolijke gil, springt op en rent weg. Desnoods een tennisbal voor u uit werpend of druk in de lucht gooiend. Of ga eens plotseling op uw hurken zitten en net doen of u een konijnenhol gevonden heeft. Probeer uw hond ertoe te verleiden om ook snel te komen kijken. Wanneer u op deze of een andere creatieve manier de aandacht van uw hond weet te pakken en de hond de “hoop” laat voor wat ie is, moet u de hond natuurlijk belonen met worst, kaas, koek, noem maar op. Als het maar “lekkerder” is dan die drol van verderop.
- Conditioneren via de lijn
Laat de hond uit aan de korte lijn. Om de hond op deze manier van de gewoonte af te helpen is het zaak dit aanlijnen gedurende minimaal 6 weken vol te houden. Maar dan ook overal, tenzij u zeker weet dat de plek poepvrij is! Op elke hoek van de straat ligt tenslotte wel iets.
Leidt de hond naar de plaats waar u vooraf stront heeft gedeponeerd of waarvan wij zeker weten dat er iets ligt. Op het moment dat de hond de stront wil gaan vreten roepen wij keihard foei en geven wij een scherpe ruk aan de riem. Hij zal de geur van stront gaan associëren met de correctie - niet leuk - en zal het gedrag aanpassen. De kans is groot dat de hond de eerste paar keer gewoon doorgaat u moet de oefening dan ook een aantal keren herhalen tot u een beetje verbetering ziet. Als de hond de stront begint te negeren of nog wel kijkt maar niet meer naar de hoop duikt moet hij gelijk beloond worden met zijn lekkerste beloonsnoepje. Zolang de hond de hoop niet negeert is aangelijnd houden, corrigeren en doorlopen een must. Na een paar keer oefenen is het goed om de spanning te laten ontladen, trek zijn aandacht en speel of ren even met uw hond, doe vrolijk en geef een paar gemakkelijke opdrachten die altijd lukken, zoals ‘zit’ en beloon de hond vervolgens. Bij elk stapje in de goede richting (minder aandacht voor de hoop en meer aandacht voor u) belonen. Elke dag oefenen en pas als hij de hoop echt negeert loslaten.
- Op heterdaad betrappen
Een andere manier is een oefening die u ook zonder lijn kunt doen. Het werkt eigenlijk hetzelfde als het leren zindelijk maken. In dit geval moet u denken aan een zeer onaangename ervaring die u uw hond bezorgt wanneer u spreekt van een “heterdaadje”.
Ga van huis gewapend met een aantal lege frisblikjes met kiezels, knikkers of schroeven er in. Op het moment dat u uw hond op een hoop af ziet stormen roept u uw hond. Reageert uw hond niet en kiest deze duidelijk voor het eigen gerief, dan zorgt u ervoor dat u het blikje in de richting van, of naast de hond gooit. Wél op het moment dat hij/ zij bezig is de ontlasting naar binnen te werken. Wanneer u goed timed, en dicht in de buurt van de hond gooit, brengt u de hond uit zijn doen. U kunt ook vragen of iemand anders het blikje gooit zodat de hond deze vervelende handeling niet met u associeert. De hond zal het eten van de ontlasting koppelen aan de onaangename ervaring. Gooi desnoods een tweede blikje. Zeg hier verder niets bij. Wanneer u ziet dat de hond zonder aan de poep gezeten te hebben, om zich heen kijkt moet u direct zijn aandacht vragen door hem te roepen. Wanneer de hond komt kunt u troosten en belonen. Als u dit een paar keer herhaald heeft is het vaak al voldoende om met het blikje te rammelen. Nog een stap verder en u kunt het blikje thuis laten.
Deze methode vraagt van u de uiterste concentratie en timing. U begrijpt dit alleen zin heeft wanneer de hond daadwerkelijk bezig met zijn eerste hap. Niet ervoor of erna en gooi nooit wanneer de hond net heeft besloten naar u toe te komen. U straft hem dan voor dit goede gedrag.
Teefjes
Maar.... wanneer wij een teef hebben die ooit nog eens pups gaat krijgen, moeten wij zeer voorzichtig zijn met het afleren van poep eten. Teefjes eten namelijk de ontlasting van hun kinderen op om het nest schoon te houden, en wanneer wij dit gedrag rigoureus de kop hebben ingedrukt, kan de teef wel eens heel veel moeite hebben met deze gewenste natuurlijke zorg. Uitkijken dus!