Een dierenarts vertelt:
Tijdens mijn weekenddienst werd ik opgebeld door een zeer verontruste mevrouw. Haar hond Trixie was rusteloos en sleepte met pantoffels. Bovendien was het haar opgevallen dat de buik van Trixie de laatste tijd wat dikker was geworden. En nu kwam er ook al melk uit de tepels.
Twee maanden geleden was de hond loops geweest en er was goed op haar gelet. Trixie was niet ontsnapt en slechts aan de lijn uitgelaten. Toch leek haar gedrag er op te wijzen, dat de familie zeer binnenkort uitgebreid zou worden met een nest jonge honden. Dergelijke verontruste berichten bereiken mij regelmatig. Omdat ik door de telefoon niet kan zien of Trixie al of niet drachtig is, maak ik een afspraak in de kliniek. En ja hoor, mijn vermoeden wordt door een onderzoek van de buik bevestigd. Trixie doet net alsof en is schijnzwanger.
Een teef wordt twee à drie maal per jaar loops (sommige oertypes als Basenji’s slechts eenmaal per jaar). Loopsheid is de periode waarin de teef ontvankelijk is voor de avances van een reu. Buiten deze periode moet ze niets van reuen en dekken weten. De periode wordt gekenmerkt door bloedige uitvloeiing en zwelling van de vulva. Ongeveer negen dagen na het begin van de bloedige uitvloeiing laat de teef dekking toe.
Drie weken
De duur van de loopsheid is ongeveer drie weken. Indien er tijdens de loopsheid een geslaagde dekking heeft plaats gevonden, wordt de teef drachtig. De duur van de dracht is gemiddeld 63 dagen. De dracht wordt hormonaal ondersteund door het hormoon progesteron, dat in de eierstokken wordt geproduceerd. Dit hormoon valt weg aan het einde van de dracht. Door het wegvallen van progesteron komen andere hormonen op die o.a. de melkgift stimuleren.
Nu wordt het hormoon progesteron ook aangemaakt als er geen dekking heeft plaatsgevonden. Er is dan een lagere concentratie in het bloed aanwezig en de hoeveelheid vermindert sneller en geleidelijker dan bij een drachtig dier. Bij schijndracht wordt er te veel en te lang progesteron geproduceerd door de eierstokken. Hierdoor krijgt het lichaam de verkeerde informatie en gaat bijvoorbeeld melk produceren. Bij de meeste niet drachtige teven treedt circa twee maanden na de loopsheid melkklierzwelling op. Meestal merkt de eigenaar dit niet eens. U gaat pas wat merken als het gedrag van uw hond zich wijzigt. Sommige teven worden agressief, nerveus en rusteloos, andere gaan juist stil in een hoekje liggen. De dieren kunnen ook in gewicht toenemen, vooral de buik wordt dikker.
Een schijndrachtige teef is vaak bereid vreemde pups aan te nemen en te verzorgen. De melk is van een normale samenstelling en ze kunnen gedurende de gehele zoogtijd van vijf, zes weken als min dienst doen.
Therapie
Als u niets doet verdwijnt de melkgift na twee à drie weken en de psychische verschijnselen na ongeveer tien dagen. U moet de hond veel beweging geven en matig voeren. De melkklierpakketten kunt u inmasseren met kamferspiritus om de zwelling te doen afnemen. Erg gezwollen melkklieren lopen het risico ontstoken te raken. Met een hormoonkuur kunnen de verschijnselen wat sneller verdwijnen.
Deze hormonale therapie geef ik echter pas als de hond duidelijk afwijkend gedrag vertoont en daar last van heeft. Er zijn teven die na iedere loopsheidsperiode schijndrachtig worden. In zo’n geval is het in het belang van de hond om baarmoeder en eierstokken operatief te laten verwijderen. Na een sterilisatie wordt een teef nooit meer schijndrachtig. Een teef een keer drachtig laten worden, lost meestal niets op. Zo hoort men ook vaak vertellen, dat het goed is voor een teef om een keer een nest jongen te krijgen. Deze theorie is nooit wetenschappelijk bewezen en hoort thuis in het rijk der hondensprookjes.
Henk Jan Ormel (met toestemming overgenomen uit het Brabants Dagblad)
Destijds voegde wijlen Mevr. Hugenholtz, vele jaren secretaris van de NWC, hier nog een persoonlijk commentaar aan toe. Wij willen U dit niet onthouden, want ook dit gaat heden ten dage nog steeds op.
Vooral bij de mensen, die met hun honden aan de rennen deelnemen, hoort men dikwijls ”mijn hond is schijnzwanger”. Dit houdt in dat men niet moet proberen met deze hond te gaan rennen, men kan de hond eenvoudig niet in conditie krijgen. Hoe veel ze ook loopt en hoe weinig ze ook eet, ze blijft ”papperig” en vertoont een ietwat afwijkend gedrag. Opeens gaat dat weer over, zij wordt ”strakker”, en dan is de tijd aangebroken om haar weer in conditie te brengen.
Ik heb mij vroeger eens laten vertellen, dat in Engeland, waar de greyhoundrennen ”business” zijn, zorgvuldig vermeden wordt met schijnzwangere honden te rennen, omdat men zeer veel bederft, door ze tòch door te zetten voor de rennen. De hond wordt geforceerd, en zal praktisch nooit meer haar mogelijkheden van vroeger bereiken. Wacht dus rustig af tot de hond uit zichzelf weer ”strak” wordt.